|
|
|
February 22nd, 2007
11:38 am de yoga roert in mij en er komen dingen naar boven. soms word ik wakker en denk ik aan haar, of aan toen ik op voetbal zat, maar ik bekijk het dan meer. het komt naar boven en ik bekijk het helder, zo helder als t voorbijtrekt aan mijn geestesoog. soms huil ik er om, soms lach ik erom. soms ben ik in de war. alles gaat door. mijn keel was ontstoken, alsof er een wesp was in geslopen en zich in klieren had gewikkeld. maandag heftig zwetend op bed gelegen, slechts eenmaal onderbroken voor een even zweterig yogalesje. dag 81 was het. dag 84 wordt het vandaag. nog een dikke twee weken en dan zitten mijn honderd dagen erop. een onvervalste transformatie ben ik (aan het) ondergaan, maar het proces is nog lang niet ten einde. de horizon verschuift al naar gelang secondes oplossen in nu, nu en nu. 'je bent veranderd,' zei de bankier die naast huisgenoot ook nog bloedverwant is. 'o,' zei ik. 'hoe dan. in welke zin. hoe merk je het en onderbouw het eens met voorbeelden, alsjeblieft, als je wil, als het niet teveel moeite is?' het is niet dat ik zonodig zoveel over mezelf hoef te weten, maar het benieuwt me wel, uit jouw mond, uit jouw ooghoek, die toch ernstig verschilt van de mijne. fascinerend is het om jezelf in een ander licht te zien, alsof je tentoongesteld wordt in een ander museum, als je een ander mens zo zou mogen noemen. een museum vol karma. 'je oogopslag,' zei hij als eerste, alsof hij niet abstracter kon beginnen. mijn oogopslag is veranderd. 'ja, scherper, helderder. en je bent spontaner, rilekster, rustiger en energieker geworden. het heeft je goed gedaan, die honderd dagen yoga, dat is, evident,' zei hij niet met zoveel woorden. hij zei geen evident, al had hij het wel kunnen zeggen. ik kijk naar buiten, ongetwijfeld met een vernieuwde oogopslag. de zon bereikt me beter. zn stralen weten dieper door te dringen. de zon. de zon. de zonneanus. de zon is een ster. ook dat is evident. eergisteren werd ik gebeld, ik was nog half aan het herstellen van mijn keelontsteking en mijn grieperige toestand, toen ik werd gebeld of ik een dagje wilde werken, de volgende dag. achter de telefoon, weet je nog wel, acht uur lang uit je neus vreten, weet je wel, daar was je altijd zo goed in, weet je nog wel. ja dat wist ik nog wel. dat neem ik mee mn graf in, vertelde ik hem lachend. ik ben in de war, alles gaat door. heb ik geld nodig? of niet? nee. ik weet het niet.
|
|
|